JEZUS OVER CELWERK

Jezus vaag

 

 

Jezus:

 

De cellen zijn dat wat we Goddelijke Zekerheid noemen. Hoe dieper we in de wijsheid van de cellen doordringen, hoe meer het mogelijk wordt om structuren en ziekteverwekkende factoren te wijzigen. 

 

Zo kunnen we zelfs het leven compleet veranderen. In cellen bevindt zich zo iets als een heel sterke matrix. Van deze matrix kunnen we aflezen hoe een bepaalde mens leeft. En eerst als de matrix verandert is de mens in staat zijn leven te wijzigen. Hoe krijgen we nu toegang tot de matrix? De matrix zien we in de celkern. Stel je dat zo voor: Als we een celkern openen, dan zien we dat heel sterke genensnoer, die heel sterke verbinding die over de genen ligt. En in elk gen bevindt zich een geheugen. Hier liggen alle waarden, alle plichten, pijn en behoeften van een mens opgeslagen. Natuurlijk is dat niet alles wat er ligt, maar onder andere dat.

 

Dit betekent, dat als we het leven van een mens willen veranderen moeten we tot aan de inhoud van die genen geraken. Nu rijst de vraag, wat maakt nu hier ziek en wat behoort tot de natuurlijke staat van een mens.  Wat behoort tot zijn leven, wat is zijn heel natuurlijke ‘zijn’ en welke zijn de ‘ziektekiemen’.

 

Het gaat er hier zeker niet om dat we met de matrix zelf gaan werken. Wat we doen, we zetten de matrix in het Licht. We zetten de snoer van genen in het Licht. God zelf repareert dan. Niet jullie repareren, maar alles wordt steeds in Gods hand gelegd zodat door hem een zekere weg kan worden opgebouwd.

 

We kunnen bijvoorbeeld  niet zomaar pijn die in het genensnoer ligt opgeslagen van het ene moment op het andere verwijderen. Dat zou die persoon niet kunnen verwerken. Het is God, die deze weg tot stand brengt, de weg die deze mens uit zijn pijn en onzekerheid wegvoert.

 

En dat functioneert zo, we ontvangen stapsgewijze de impulsen hoe een en ander verder moet gebeuren. Als het Licht op de kern valt, dan opent de celkern en we laten dan het Licht in de kern vloeien.

 

God zal er verder mee werken, dat weet je, dat is een zekerheid. God brengt de weg tot stand. Alleen met deze instelling kan er gewerkt worden. Belangrijk is ook om met hersencellen te werken omdat hier de matrix bijzonder sterk is en die dan naar buiten toe gaat werken. Hier zijn de structuren, afhankelijkheden en geloofssystemen zichtbaar. En die kunnen dan hier stuk voor stuk worden afgebroken.”

 

Jezus tot Elias:

 

Je bent begonnen met het Licht in cellen te brengen. Je hebt de kern met Licht omhuld. Nu wordt het tijd en is het belangrijk om een stap verder te zetten. Het betreft de opening van de celkern om daar het Licht te brengen. Alles kent zijn tijd. Het een wordt op het ander opgebouwd. Dit betekent: Eerst het Licht in de cel, dan de zilveren band om de kern heen en eerst als dat gebeurd en voldoende gestabiliseerd is, dan kan de kern geopend worden. Dit vergt een heel fijne en gevoelvolle werkwijze. Zou er niet voldoende Licht in de cel zijn, dan zou nog de een of andere vorm van onzekerheid in de kern kunnen glippen.

 

Dus wees er eerst zeker van, dat voldoende Licht in de cel aanwezig is voor dat je de kern opent. Het betekent veel voor ons als je hiermee in de diepte gaat werken. Maar het belangrijkste voor ons is nog dat je alles in Gods hand legt.

 

Alles, wat de mens wenst moet worden losgelaten. Dat wat de mens het liefst wil realiseren moet in Gods handen worden gelegd. Ik leg me helemaal in Gods hand. God werkt dan precies zoals het zijn moet. Het is zeker correct dat hoe meer een mens zichzelf vervolledigt, hoe meer genezing van het lichaam plaats vindt. Dat is logisch. Maar wanneer, hoe en wat moet werkelijk geheel worden los

gelaten.”

 

Elias:

 

Daar waar Jezus over Licht spreekt, bedoelt hij daarmee het Christuslicht dat in ieder hart aanwezig is en wat door het eens of meermaals ontvangen van de Christusvlam geactiveerd en opgebouwd wordt. Dat Licht wordt dan versterkt door dagelijks met de Christusvlam te werken. Dat wil zeggen ze te visualiseren en te doorademen en op deze manier wordt de vlam gevoed. Verder wordt het Christuslicht sterker door onze innerlijke processen te accepteren en af te werken.

 

We beginnen steeds met de hartcellen, dan de hersencellen waarna we ook met de diverse orgaancellen kunnen werken.

 

Ik vroeg Jezus ook of hij ieder ondersteunt, die met zijn methoden werkt. Zijn antwoord was, neen, ieder krijgt wel de aan hem meest aangepaste hulp uit de Geestelijke Wereld.

 

Een andere vraag was of ik na verloop van tijd een vervolgseminar zou kunnen geven om mensen te leren hoe ze die methoden ook op anderen kunnen toepassen. Hier was zijn antwoord, dat we daar nog niet aan toe zijn. Eerst dient geruime tijd gewerkt te worden met de methoden op jezelf toe te passen.

 

 

Een ’Master Seminar’ zoals hij het noemt, daar kan pas over enkele jaren aan gedacht worden. En als het zover is dan zal hij me wel laten weten, wie er voor klaar is. Iemand voor wie dat op de weg ligt voelt dat zeker ook in zijn hart. Ik vond die vraag wel belangrijk om toch te laten zien dat er in de toekomst ook met zijn methoden anderen kunnen worden geholpen. Niet morgen, maar overmorgen ... Eerst zijn we zelf aan de beurt !